Dioptrie (D of dpt)
De meeteenheid voor de brekingskracht (sterkte) van een brillenglas. Bij leesbrillen gaat het om positieve waarden (+), van +0.75 tot +3.50, in stappen van 0.25. Hoe hoger, hoe sterker de correctie van dichtbij. Meer in onze sterktetabel.
Presbyopie (ouderdomsverziendheid)
Het natuurlijke, leeftijdsgebonden verlies van het vermogen om dichtbij scherp te zien, meestal merkbaar vanaf 40 jaar. Geen ziekte. Lees wat presbyopie precies is.
Pupilafstand (PD)
De afstand in millimeter tussen het midden van beide pupillen (gemiddeld 54-74 mm). Nodig om de glazen correct te centreren; een verkeerde PD geeft hoofdpijn en vermoeide ogen.
Astigmatisme (cilinder)
Een onregelmatige kromming van het hoornvlies of de lens, waardoor beelden vervormd of dubbel ogen. Wordt gecorrigeerd met een cilinderwaarde en kan niet met een kant-en-klare leesbril.
Refractie
De oogmeting waarbij de exacte sterkte per oog wordt bepaald, uitgevoerd door een opticien of oogarts.
Sferisch (sfeer / SPH)
De "gewone" sterktewaarde van een glas voor bij- of verziendheid en voor de leescorrectie, los van de cilinder.
Enkelvoudig glas
Een glas met één sterkte over het hele oppervlak. Een klassieke leesbril gebruikt enkelvoudige glazen.
Multifocaal / progressief glas
Een glas met geleidelijk verlopende sterktes voor veraf, tussenafstand en dichtbij, zonder zichtbare lijn. Zie multifocale bril.
Beeldschermbril
Een bril afgesteld op de schermafstand (50-80 cm) in plaats van de leesafstand. Zie beeldschermbril.
Anti-reflectcoating
Een laag op het glas die storende reflecties vermindert, voor helderder zicht en minder spiegeling op foto's en bij autorijden.
Blauwlichtfilter
Een coating die een deel van het blauwe schermlicht filtert. Het nut is wetenschappelijk beperkt; lees ons advies over blauwlichtfilters.
Index (brekingsindex)
Maat voor hoe sterk een glasmateriaal het licht breekt. Een hogere index (bv. 1.6 of 1.67) geeft dunnere, lichtere glazen, vooral nuttig bij hogere sterktes.
Accommodatie
Het vermogen van het oog om scherp te stellen door de vorm van de ooglens te veranderen. Dit vermogen neemt af met de leeftijd, wat presbyopie veroorzaakt.
Myopie & hypermetropie
Myopie is bijziendheid (veraf onscherp), hypermetropie is verziendheid (dichtbij onscherp, soms ook veraf). Beide staan los van presbyopie, maar kunnen ermee samengaan.
Oogarts vs. opticien
Een oogarts (oftalmoloog) is een arts die oogziekten diagnosticeert en behandelt. Een opticien meet brillen aan en verkoopt ze. Voor terugbetaling heb je een voorschrift van een oogarts nodig.